Beplantingsplan maken

Als je een nieuwe tuin gaat aanleggen is het verstandig om een goed plan te maken voor de beplanting. Een veelgestelde vraag is: hoe maak ik een beplantingsplan?

Illustratie schaduwborder

Grondig grondonderzoek

Als planten worden aangeschaft, is het heel belangrijk om te weten met welke grond je te maken hebt. Is de grond kletsnat, dan kan bijvoorbeeld drainage noodzakelijk zijn. Hebben er tijdens de bouw van het huis vrachtwagens door de tuin gereden of hebben er zware containers in gestaan? Dan kan het zijn dat de grond is dichtgeslagen. In dat geval is diep spitten een vereiste. Veel informatie over de grond krijg je door een grondmonster te nemen. Vraag hiernaar bij een tuincentrum of kijk bijvoorbeeld op www.eurolab.nl. De uitslag van het laboratorium zal vaak vergezeld gaan van een bemestingsadvies. Ook kun je bij een tuincentrum of hovenier in de buurt informeren met wat voor grondsoort je te maken hebt.

Zon, schaduw of halfschaduw?

Voordat je planten gaat kopen, moet je weten of de beplanting in de zon, in de halfschaduw of in de schaduw komt te staan. Gelukkig gaat tegenwoordig bijna alle beplanting vergezeld van een plantenlabel. Hierop staat informatie als de bloeitijd en de tijd waarop de plant gesnoeid kan worden, én ook de ideale standplaats.

  • Het symbool van een open zonnetje betekent volle zon: 6 uur zon of meer per dag.
  • Het symbool van een halfzwart zonnetje betekent halfschaduw: minstens 4 uur zon per dag.
  • Het symbool van een helemaal zwart zonnetje betekent schaduw: minstens 2 uur zon per dag.

Groene tuinafscheidingen

Heb je besloten een heg of haag te planten? Daarin kunnen ook vogels nestelen en schuilen. Er is volop keuze, uit bladverliezende en uit groenblijvende hagen. Natuurlijk zorgt een bladverliezende haag voor inkijk, maar bedenk wel dat het blad pas in november valt en dat het echte tuinseizoen dan voorbij is. Weinig ruimte? Dan is een scherm waartegen klimplanten houvast hebben ideaal. Hieronder vind je een aantal struiken en klimplanten waar je een haag mee kunt vormen.

Bladverliezende hagen

  •  Beukenhaag (Fagus sylvatica): Vijf tot zeven stuks per meter. Het dorre blad blijft vanaf het najaar aan de haag hangen. Deze struik krijgt pas laat in het voorjaar nieuw blad.
  • Haagbeuk (Carpinus betulus): Vijf tot zeven stuks per meter. Het blad valt in de herfst af, maar de haag krijgt alweer vroeg in het voorjaar nieuw blad. Deze struik kan tegen wat vochtige grond.
  • Liguster (Ligustrum): Zeven tot negen stuks per meter. Deze struik groeit heel hard en blijft in een zachte winter groen.
    Groenblijvende hagen
  • Hulst (Ilex aquifolium): Drie tot vijf stuks per meter. Heeft een stekelig blad en kan goed tegen diep terugknippen.
  • Leylandcipres (Cupressocyparis leylandii): Drie tot vijf planten per meter. Dit is een snelle groeier, maar vraagt vrij veel onderhoud.
  • Taxus (Taxus): Drie tot vijf stuks per meter. Deze struik kan goed tegen diep terugsnoeien, hij is echter wel giftig.
    Bladverliezende klimplanten
  • Akebia quinata: Zon/halfschaduw, snelle groeier, mooie bloemen in het voorjaar.
  • Blauweregen (Wisteria): Zon/halfschaduw, snelle groeier, mooie bloemen.
  • Klimhortensia (Hydrangea anomala ssp. petiolaris): Zon/halfschaduw/schaduw, snelle groeier met mooie bloemen.

Lees meer bij hagen soorten.

Groenblijvende klimplanten

  • Klimop (Hedera): Zon/schaduw, sterk, groeit heel snel, relatief veel onderhoud.
  • Clematis armandii: Zon/halfschaduw, mooie bloemen, groeit snel, beschut planten.
  • Kamperfoelie (Lonicera japonica): Zon/halfschaduw, mooie bloei, beschut planten.

Lees meer bij klimplanten.

Planten voor de border: 10 regels

Een mooie border creëren is niet gemakkelijk. Stel je eisen niet meteen te hoog en verander in de toekomst zaken die je niet bevallen. Een border ‘leeft’ en je kunt dan ook elke keer planten toevoegen en weghalen. Hieronder volgen tien regels die je kunt aanhouden bij het kiezen van beplanting voor de border.

  1. In een border kunnen praktisch alle groepen planten worden toegepast: bloembollen, vaste planten, struiken, kruiden, rozen en eenjarige zomerbloemen.
  2. Maak geen ‘postzegelverzameling’ van je border, maar gebruik meerdere vaste planten van één soort. Bijvoorbeeld drie tot vijf stuks.
  3. Let op bloeitijd, bloemkleur, hoogte, bladvorm en bladkleur. Afwisseling is belangrijk.
  4. Over het algemeen staan lage planten op de voorgrond. Naar achteren toe wordt de beplanting steeds hoger. Planten met een luchtige uitstraling, zoals ijzerhard (Verbena bonariensis) en prachtkaars (Gaura), kunnen gerust meer naar voren staan.
  5. Heb je een kleine tuin, dan kun je het beste voor planten met een lange bloeitijd kiezen, zoals ooievaarsbek (Geranium). Planten als pioenen, die maar een paar weken bloeien en relatief veel plaats innemen, passen beter in een grote border.
  6. Een wintergroen element is in de winter heel waardevol. Denk bijvoorbeeld aan een buxusbol, een wintergroen siergras, een kerstroos (Helleborus) of maagdenpalm (Vinca).
  7. Voor het nodige evenwicht en rust is het verstandig plantengroepen of kleuren te herhalen.
  8. Weinig tijd? Kies dan voor vaste planten met een stevige groei die nauwelijks of niet omvallen.
  9. Houd je van een border met een natuurlijke uitstraling, zet dan siergrassen tussen de vaste planten.
  10. Rozen bloeien lang en rozen op stam nemen relatief weinig ruimte in. Onder een roos op stam kun je weer andere beplanting kwijt. Vraag bij aanschaf wel om een roos die doorbloeit, zoals de witte ‘Schneewittchen’ en de roze ‘Bonica’.

Geen tuin zonder boom

Een boom of meerdere bomen, mogen in een tuin niet ontbreken. Een boom zorgt voor hoogte in de tuin, spanning en perspectief. Lees meer bij boom in de tuin.

 

Liever niet zelf doen? Schakel dan de vtwonen klushulp in!

nog meer: tuinieren