Tasty snack
Krokante nori met wasabi en aubergine
Het trio zeewier, wasabicrème en geglaceerde aubergine speelt de hoofdrol in dit recept. Dat klinkt oosters, maar het is Piens vriendin Marlotte - die al jaren in Barcelona woont - die haar de combo zeewier en aubergine tipte. Het resultaat is deze snack.
Dit heb je nodig
Voor 12 stuks
3 norivellen
1½ el sesamolie, plus extra om de nori te bestrijken
neutrale olie, om in te bakken
1 kleine aubergine (ca. 200 g), in kleine blokjes
zout en versgemalen zwarte peper
1 teen knoflook, fijngehakt of geraspt
1½ cm gember, schoongemaakt en geraspt
½ rode chilipeper, fijngehakt
1½ el honing
2½ el sojasaus
1 tl rijstazijn of limoensap
1 el sesamzaad
5 el crème fraîche
1 tl wasabi, of meer naar smaak
1 lente-ui, alleen het groene deel in heel dunne ringen
Zo maak je het
- 1.
Verwarm de oven voor tot 180 °C. Snijd de norivellen elk in 12 rechthoekige stukjes. Leg 3 stukjes op elkaar met wat water ertussen om ze aan elkaar te plakken. Zo vorm je 12 stevige stapeltjes. Leg deze op een met bakpapier beklede bakplaat, bestrijk de bovenkant met sesamolie en bak 6 tot 8 minuten in de oven tot ze krokant zijn. Laat afkoelen.
- 2.
Verhit olie in een koekenpan en bak de aubergineblokjes in 6 tot 8 minuten zacht en goudbruin. Breng op smaak met zout en peper. Voeg de knoflook, gember en chilipeper toe en bak 1 minuut. Voeg de sesamolie, de honing, sojasaus en rijstazijn (of limoensap) toe. Roer en laat inkoken tot de saus glanst en licht stroperig is. Roer het sesamzaad erdoor en haal de pan van het vuur.
- 3.
Meng in een kom de crème fraîche met de wasabi tot een gladde crème. Proef en pas aan naar smaak.
- 4.
Bestrijk elk noristapeltje met een theelepel van de wasabicrème. Schep er 1 eetlepel geglaceerde aubergine op en maak af met de lente-ui.
Zin in zoet
De perfecte tiramisu-pavlova
Een pavlova - een taart gemaakt op basis van meringue - maakt gegarandeerd indruk. Pien geeft er met deze tiramisuversie een verrassende draai aan. Om je vingers bij af te likken.
Dit heb je nodig
Voor 1 pavlova (8-10 personen)
8 eiwitten
3 oploskoffiesticks (espresso)
400 g witte basterdsuiker
1 el maizena
1 tl wittewijnazijn
2 tl vanille-extract
300 g mascarpone
grote scheut amaretto
500 ml slagroom
25 g vanillesuiker
cacaopoeder, ter garnering
Voor de espressosiroop
60 ml sterke espresso
60 g kristalsuiker
snuf zout
Zo maak je het
- 1.
Verwarm de oven voor tot 100 °C. Teken op bakpapier twee cirkels (doorsnede 20-30 centimeter).
- 2.
Pak een kom en ontsmet die - en je handen - goed, er mag geen vet in zitten of bij komen. Klop de eiwitten met een mixer tot er pieken ontstaan.
- 3.
Meng in een andere kom het espressopoeder met de basterd-suiker. Voeg dit al mixend lepel voor lepel toe aan het eiwit, tot je een stijve massa hebt. Doe de maizena, wittewijnazijn en 1 theelepel vanille-extract erbij. Mix tot alles goed is opgenomen, de eiwitmassa glanst en de pieken rechtop blijven staan.
- 4.
Verspreid het stijfgeklopte eiwit over de cirkels. Smeer het met de bolle kant van een lepel naar de buiten-randen, zodat die iets hoger zijn.
- 5.
Zet de pavlova’s 2 uur in de voorverwarmde oven. Belangrijk: doe de ovendeur tussentijds niet open! Zet na 2 uur de oven uit zonder de deur te openen, zodat de pavlova’s 1 tot 2 uur kunnen afkoelen. Haal ze daarna voorzichtig los van het bakpapier.
- 6.
Maak de espressosiroop: doe de espresso, kristalsuiker en het zout in een steelpan. Breng aan de kook en laat 3 tot 5 minuten zachtjes inkoken tot het licht stroperig is. Laat afkoelen tot kamertemperatuur.
- 7.
Maak de vulling: meng de mascarpone met een scheut amaretto en de rest van het vanille-extract. Klop in een tweede kom de slagroom met de vanillesuiker. Spatel de slagroom voorzichtig door de mascarpone.
- 8.
Leg 1 pavlovabodem op een schaal. Verdeel hier de helft van de mascarponevulling over. Besprenkel met espressosiroop. Leg de tweede pavlova erbovenop, verdeel de rest van het mascarponemengsel erover en zeef er royaal cacaopoeder boven. Druppel er extra espresso-siroop over en serveer direct.
Vleugje citrus
Venkel-tarte tatin met sinaasappel en geitenkaas
Het hoeft niet altijd quiche te zijn. Ook tarte tatin is zo’n klassieker waar je eindeloos op kunt variëren. Wat dacht je van venkel en sinaasappel? Een gouden combinatie die je zeker niet zal teleurstellen.
Dit heb je nodig
Voor 1 tarte tatin
3 venkelknollen (ca. 900 g)
2 el boter
2 el honing
rasp en sap van ½ (biologische) sinaasappel, plus extra rasp
1 el wittewijnazijn
zout en versgemalen zwarte peper
1 rol vers bladerdeeg (270 g)
100 g zachte geitenkaas
ovenbestendige pan of ovenschaal van ca. 28 cm Ø
Zo maak je het
- 1.
Verwarm de oven voor tot 200 °C. Snijd het loof en het kontje van de venkel. Halveer de knollen in de lengte. Snijd in plakken van 1 centimeter dik. Bewaar het groen.
- 2.
Verhit de boter in een (ovenbestendige) pan op middelhoog vuur. Voeg de venkel toe en bak in 5 tot 7 minuten lichtbruin en zacht. Roer de honing, de rasp en het sap van de sinaasappel en de wittewijnazijn erdoor. Laat 5 tot 6 minuten karamelliseren tot het stroperig wordt. Breng op smaak met zout en peper. Geen ovenbestendige pan gebruikt? Schenk karamel in een ingevette schaal.
- 3.
Verdeel de venkel over de pan of schaal. Schik de plakken strak naast elkaar.
- 4.
Rol het bladerdeeg uit en snijd in de vorm van de pan of schaal. Prik er met een vork een paar gaatjes in. Leg het over de venkel en stop de randen goed in. Bak in 30 minuten goudbruin en gaar. Laat 5 minuten afkoelen.
- 5.
Leg een bord of plank op de pan en draai in één beweging om. Verkruimel de geitenkaas over de omgekeerde taart. Maak af met peper, venkelgroen en sinaasappelrasp.