Kikkervisjes in de tuin

Buurvrouw heeft een grote vijver. Wij niet; nog niet alle kinderen hebben een zwemdiploma. Maar ook zonder vijver valt er te genieten van waterleven. We scheppen een klont kikkerdril met wat vijverwater in een emmer en verhuizen die naar een teil in onze tuin.

Kikkervisjes

Jongens, dit worden dus kikkers. Ze kijken ongelovig naar de blubberige massa: gelei-achtige knikkers met een zwart puntje in het midden. Ik leg uit dat het de eitjes zijn. We mochten een pluk waterplant meeverhuizen, ik geloof krabbenscheer. Zodat er – naast het vijverwater – nog iets van leven in de bak drijft. Ik weet niet precies wat ze eten, kikkerbaby’s, maar ik neem aan organisch spul dat je nauwelijks met het blote oog kunt onderscheiden.

Smaakvol lunapark

Om de bak nog wat aantrekkelijker te maken, pak ik een paar aardewerken potten en mijn schervenverzameling. Al het moois wat breekt, krijgt bij mij een tweede kans. In dit geval staat de tuit van een blauwwit theepotje heel mooi op de bodem. Naast een scherf van een ooit leuke zeegroene aardewerken kom met oranjerode stippenrand. En zo nog wat herinneringen. En die potten. De baby’s krijgen een smaakvol lunapark!

Kikkervisjes

De natuur

Binnen de kortste keren zwemmen er zwarte bolletjes met staartjes door de teil. Soms ligt zo’n baby verdacht stil, maar, hop, daar flitst het staartje alweer verder. De kinderen hangen aan de rand. Het zijn er veel, bedenk ik. Heel erg veel. Ik zie al een bak vol krioelende kikkers voor me. Kan dit wel? Iemand brengt het verlossende woord: kikkervissen eten elkaar op, de sterkste overleven. Ik maak me even zorgen over de tere kinderziel. Maar ze lijken het heel gewoon te vinden. Zo gaat dat in de natuur. Daar kunnen ze maar beter vroeg aan wennen.

Vorige artikel Volgende artikel

reageren

Alle velden met een * zijn verplicht

Shop suggesties

Inspiratie suggesties