SchietwilgSalix 'Chermesina'

Hoe hoog wordt de Salix alba ‘Chermesina’?

De schietwilg Salix alba ‘Chermesina’ groeit niet uit tot boom. Het is een lager blijvende struikvorm die ’s winters zijn opvallend oranjerode twijgen extra goed laat zien. Omdat deze kleur bij jonge twijgen het meest opvallend is, wordt de struik vrijwel altijd fors gesnoeid en daardoor blijft de Salix alba ‘Chermesina’ beperkt van omvang.

Toepassingen van de schietwilg

De soort Salix alba komt in grote delen van Europa, Azië en zelfs Noord-Afrika van nature voor. De boom kan 25 m hoog worden. Jonge twijgen hangen sierlijk over. De bladeren zijn in jong stadium zacht behaard. In april-mei verschijnen de bekende katjes. Het is een boom die op veel plaatsen ook als straatboom wordt toegepast en het is de soort die het meest wordt geknot. Prachtig in een landelijke en waterrijke omgeving.

Hoe kan ik de schietwilg knotten?

De wilg met z’n groengrijze blad en katjes is een bekende verschijning. Het hout en de takken van de wilg waren eeuwenlang zogenaamd geriefhout dat de boeren voor van alles en nog wat gebruikten, onder andere door klompenmakers. Vroeger werden de bomen geknot om aan de takken te komen. Van speciaal gekweekte dunne takken van bepaalde soorten wilgen, de wilgentenen, werden onder andere beschoeiingen, manden en wanden van bouwwerken gemaakt die dan met leem werden aangesmeerd. De knotwilgen die boven de vraathoogte van het vee werden geknot, zijn niet weg te denken uit het Hollandse polderlandschap. Echter, als een wilg eenmaal geknot is, zal men dit moeten blijven doen, omdat anders een topzware boom ontstaat met een zwakke kroon die gemakkelijk kan afbreken.

Wanneer bloeit de Salix alba ‘Chermesina’

De bloei van de wilg in het voorjaar is een wonderschone verschijning. De witte bloemen geven een heerlijke, zoete honinggeur af, wat vervolgens werkt als lokaas voor bijen en vlinders.

Salix alba ‘Chermesina’ onderhoud

Wilgen houden van water. Zelfs een overstroming bij niet te koud weer kunnen ze prima aan. De bomen wortelen ondiep en zuigen net als berken vrij veel vocht uit de bovenste grondlaag op. Verder heeft een plek in de zon de voorkeur en is de wilg zeer tolerant tegen alle grondsoorten. Als je de takken van de wilg eenmaal geknot hebt, zul je dat in het vervolg altijd moeten doen omdat anders een zwakke kroon kan ontstaan die makkelijk afbreekt. Dit kan vrijwel het hele jaar door, bij voorkeur in het voorjaar. ‘Chermesina’ in het late voorjaar (na de bloei) snoeien, zodat de jonge twijgen zich nog voor de winter kunnen ontwikkelen. Wellicht vind je onder snoeien meer handige tips en informatie.

reageren

Alle velden met een * zijn verplicht