Behang met patroon

Bij een behang met patroon is het uiteraard belangrijk dat het secuur wordt opgehangen. Om het je makkelijker te maken hebben we enkele handige tips op een rijtje gezet.behang met een patroon

Tips voor behangen met een patroon

  • Zoek eerst het exacte patroon (rapport) op: kijk uit naar een opvallend detail aan de zijkant van de baan. Een stukje verder zie je dit detail terugkeren. Je hebt nu het patroon gevonden.
  • Kijk op het etiket of het patroon op dezelfde hoogte moet worden geplakt (aansluitend patroon) of dat het in het midden van het patroon van de vorige baan moet aansluiten (verspringend patroon).
  • Meet de eerste baan af: de lengte is de afstand tussen plafond en plint plus 10 cm extra.
  • Aansluitend patroon: leg een afgeknipte baan op een onafgeknipte baan en verschuif hem net zolang tot het patroon zuiver aansluit. Knip het stuk dat je overhoudt af.
  • Verspringend patroon: niet elke baan is hetzelfde, maar alle even en alle oneven banen zijn dat wel. Meet de eerste baan af, merk aan de achterkant met 1 (met een zacht potlood; stift of ballpoint kan erdoorheen schijnen!) en sluit het patroon van de tweede baan op de eerste aan. Knip het stuk dat je overhoudt af. Meet de tweede baan af en merk met een 2. Knip nu zoveel banen van 1 en 2 als je nodig hebt.
  • Behang met een klein werkje (en effen behang): begin te plakken naast een hoek bij de raamkant. Groot patroon: begin op de meest opvallende plaats zoals de schoorsteenmantel.

Tip

Controleer bij aanschaf altijd de partij- en kleurnummers (achterkant) i.v.m. kleurverschillen.

nog meer: wooninspiratie