Vogels voeren

Vogels voeren geeft voldoening. Je helpt er de vogels mee en je lokt de vogels je tuin in, zodat je ze meteen goed kunt bewonderen. Met deze tips geef je vogels een geweldige winter!

Vogels voeren

Vogels voeren

Vogel mag je het hele jaar door voeren. In de herfst en winter hebben ze wel ander voedsel nodig dan in de zomer en de lente. Wij geven tips!

Wat eten vogels?

Ga je vogels voeren, bied dan een zo groot mogelijke variatie aan. Geef vogels geen voedsel waar zout in zit.

  • Zaden en ongebrande pinda’s: voor koolmees, pimpelmees, huismus, vink, groenling, sijs, putter, tortelduif, houtduif, ekster, kauw, gaai, kraai en roodborstje (alleen heel fijne zaden).
  • Bessen, appels, rozijnen en sultana’s: voor merel, zanglijster, koperwiek, kramsvogel, groenling, spreeuw, huismus, vink, groenling, sijs, putter, spreeuw, ekster, kauw, gaai en kraai.
  • Insectenvoer en (meel)wormen: voor winterkoning, heggenmus en roodborst.
  • Havermout, ongebrande pinda’s (heel en fijngehakt) en brood: voor vrijwel alle vogels.

In de lente hebben vogels minder eiwitten en vetten nodig, vetbollen en pinda’s kun je ze in deze periode dus beter niet aan vogels voeren.

Wil je de vogels op een creatieve manier voeren? Kijk dan op onze blog voor inspiratie!

Vogelvoederhuisjes

Je kunt vogels op verschillende manieren voeren, bijvoorbeeld door voedsel in een vogelvoederhuisje te leggen. Zorg in ieder geval dat de kat er niet bij kan!

  1. Vogelvoederhuisjes en -tafels: daarop kan allerlei voer worden gestrooid. Draai ook wat haken in het hout en hang er pindaslingers of -korfjes en vetbollen aan.
  2. Vetblok- en vetcakehouders en pindakorfjes: voor vogels zoals de koolmees, de pimpelmees en de specht.
  3. Silo’s: in een silo blijft het voer droog en dankzij de zitstokjes kunnen er twee tot wel tien vogels (afhankelijk van de maat van de silo) tegelijk van eten. Gebruik alleen speciaal silovoer. Ander voer kan gaan klonteren, waardoor de vogels het er niet meer uit krijgen.

Op onze blog vind je nog veel meer inspiratie voor vogels in de tuin.

De beste plek

Op welke plekken kun je vogels voeren? Elke vogel heeft zijn eigen voorkeur:

  • Merel, zanglijster, kramsvogel, koperwiek, roodborstje en heggenmus eten graag van de grond. Maak voor deze vogels een voerplek op het terras en op een lege plek in de border.
  • Silo’s, voederhuisjes, korven, houders voor vetblokken en -cakes, appelhouders en vetbollen voor kleine zangvogels kun je het best aan een stevige tak van een boom of struik hangen. Of hang ze aan de haak van de hanging basket, aan de pergola of aan een zogenaamde heksenstaf die in de grond geprikt kan worden.
  • De vogelvoederhuisjes en vogelvoertafels (zonder dak) voor op voet zijn ideaal op het terras of balkon. Deze zijn populair bij roodborst, de heggenmus, winterkoning, vink, groenling, de mees, keep en de merel.

Wanneer?

Voer vogels ’s morgens vroeg en in heel koude tijden rond vier uur nog eens, maar niet teveel: op de restanten komen muizen af! Tot half maart kan het winterse menu worden gevoerd. In de lente moet het voedsel meer kalk en eiwit bevatten en minder vet. Voer je de vogels niet bij in de lente? Bouw het voeren dan na maart af door steeds minder te geven. Zo kunnen de vogels eraan wennen dat ze zelf weer voor hun maaltijd moeten zorgen.

Vogels water geven

Vogels kunnen niet zonder water. Serveer het water in een schaal of stevig bakje en ververs het dagelijks. Span er tijdens vorstperiodes gaas over om te voorkomen dat de vogels er in gaan badderen (en de veertjes bevriezen). Een schep suiker voorkomt dat het water snel bevriest.

Voederplek schoonmaken

Schrob het straatje, de plank en het huisje regelmatig schoon met heet water en soda om verspreiding van ziekte te voorkomen. Vastgekoekte resten zijn makkelijk weg te schrapen met een plamuurmes.

Kijk voor mooie voedertafels en voederhuisjes in onze shop.

Via de site van de Vogelbescherming vind je nog veel meer tips over het voeren van vogels.

nog meer: tuinieren