Wie: Marjoke de Heer (60), keramist
Wat: Onder andere servies, vazen, waterschalen en altaartjes; elk stuk is gesigneerd
Waar: Amsterdam-Noord, in een dijkhuis van 300 m² met atelier en winkel
Online: marjokedeheer.com, @marjokedeheer
“Het blijft spannend als de ovendeur opengaat, het gaat om onverwachte schoonheid”
‘Laat je jas maar lekker hier, beneden wordt ie meteen grijs van de klei.’ Hier, dat is de winkel van Marjoke, beneden is haar atelier. Een dikke schoorsteen verraadt dat daar de magie gebeurt. Met een twinkeling in haar ogen vertelt ze: ‘Mijn keramiek is net familie. Elk stuk heeft een eigen karakter en toch horen ze bij elkaar.’
Klinkt goed
Haar borden, schalen, kommen en vazen zijn een feest voor de zintuigen. Om te zien en voelen, én te horen. Ze pakt een celadongroene waterschaal en geeft die een tikje met haar vinger. Píng… Net als een kristallen wijnglas geeft de schaal een mooie, lange toon af. ‘Aan die klank kun je horen hoe heet iets gebakken is. Ik heb me in gereduceerd steengoed gespecialiseerd, dat is gebakken op 1260 graden Celsius, knetterhard en vaatwasmachine-bestendig. Doordat ik stook met een tekort aan zuurstof, krijg je traditionele glazuren, de échte celadon, shino en tenmoku. Er gebeurt iets met de mineralen en resten van planten in de klei, en de rauwe grondstoffen in het glazuur. Die ploepen naar voren.’
Cadeautje!
Marjoke leidt ons de wenteltrap af naar haar atelier. Er staan machines waarmee ze de klei kneedt en vormt, zoals elektrische draaischijven en de plakkenpletter. Op tafels liggen broden klei, op de vloer staan emmers met glazuren, in stellingkasten staat geglazuurd keramiek. Blikvangers zijn ook de gereedschappen. En het bakbeest: haar keramiekoven. ‘Hier breng ik het grootste deel van mijn leven door, héérlijk. Om het vormen van de klei in de vingers te krijgen, zat Marjoke een jaar lang achter de draaischijf, dag in, dag uit hetzelfde te doen. ‘Cilinders maken, net zolang tot ik de klei gelijkmatig kon optrekken. Als ik nu kommetjes draai, is het bijna meditatie. Mijn handen weten wat ze moeten doen en ik zoom uit. In het begin gaat het om uniformiteit; heeft alles wel dezelfde hoogte en grootte? Dat vind ik al lang niet meer interessant. Een machine kan dat namelijk ook; ík maak het verschil. Werken met klei is magisch. Dat er in no time uit een homp een kommetje ontstaat. Klei praat met je. Zodra je erop drukt, gebeurt er wat.’ En het blijft spannend als de ovendeur opengaat. ‘Je weet nooit precies hoe het eruit komt. Ik kan blij zijn met een onvoorziene sproet in mijn bord, een plekje waar het glazuur net is weggetrokken. Het gaat om onverwachte schoonheid, dat is een cadeau uit de oven.’