vtwonen

7 tips voor een succesvolle moestuin

Je eigen groenten en kruiden kweken. Het is een romantisch idee maar vaak strandt het al na de eerste poging, omdat een moestuin meer werk is dan je van tevoren dacht. Wij beginnen alvast met onze gouden tip: begin klein. Lees ook de rest van de tips en wie weet wordt moestuinieren jouw nieuwe hobby! (in samenwerking met Elho)

Tips succesvolle moestuin

1. Wees selectief

Het lijkt ontzettend leuk, zo’n moestuin met zoveel verschillenden soorten groenten en fruit, maar het is best arbeidsintensief aangezien bijna alle planten andere verzorging nodig hebben. Als je weinig ervaring met tuinieren hebt, kun je je daarom beter focussen op bijvoorbeeld vijf tot tien verschillende soorten die je ook echt daadwerkelijk wilt gaan eten. Zo heb je echt plezier van jouw moestuin en kun je uitkijken naar de oogst. Kies bijvoorbeeld voor de verschillende kruiden, deze zijn vaak relatief makkelijk te verzorgen. Vooral tuinkers is erg makkelijk en kun je ook snel oogsten. Vooral erg leuk voor kinderen omdat het groeiproces zo snel gaat.

2. Goed zaaien

De meeste groenten en fruit hebben ruimte nodig om te groeien. Uiteindelijk zal je de gekiemde plantjes moeten verspenen of uitdunnen. Heb jij geen plek in de volle grond? Zaai de zaadjes in een grote pot of bak. Of nog beter: gebruik een kweektafel. Daarin hebben de planten genoeg ruimte en werk je op een prettige hoogte (geen pijn aan je knieën!). Daarnaast groeit er minder onkruid in en heb je minder last van slakken. Helemaal fijn: in een bak groeien groenten sneller dan in de volle grond. Ga bijvoorbeeld voor een duurzaam exemplaar, zoals de kweektafel van Elho. Deze is gemaakt van gerecycled kunststof.

Tips succesvolle moestuin

3. De juiste plek

Zaadjes hebben genoeg licht nodig om te groeien. Als jouw moestuin niet genoeg daglicht krijgt, zullen de gekiemde plantjes zelf op zoek gaan naar licht. Met het risico dat je lange slungels als planten krijgt die niet stevig genoeg zijn voor een succesvolle oogst. Zorg er dus voor dat jouw moestuin in goed daglicht staat, eventueel door de potten of kweektafel regelmatig te verplaatsen.

4. Water geven

Kleine, tere plantjes hebben vaak kleine beetjes water nodig. Maar let op dat je niet teveel water geeft, dan ontstaan er schimmels of gaan de wortels rotten. Kortom: laat de plantjes niet uitdrogen maar ook niet verdrinken. Dit gaat het beste door af en toe met je vinger te controleren hoe droog de aarde is. Na een tijdje krijg je er gevoel voor en zal het je makkelijker afgaan. Tip: met een plantenspuit voorkom je dat je teveel water geeft. Heb jij je moestuin naar buiten verplaatst en zijn je planten al aangesterkt? Zorg er dan ook voor dat de grond niet te droog maar ook niet te nat is. Is de grond droog en /of hangt de plant slap? Geef je planten dan ’s avonds water en geef liever veel tegelijk dan telkens kleine beetjes. Tip: sla, radijs en spinazie kunnen niet goed tegen droogte.

5. Verspenen en verpotten

Verspenen kun je doen met speciale verspeenlepeltjes, maar soms lukt het ook met je vingers als je heel voorzichtig doet. Je kunt gaan verspenen als er naast de gekiemde blaadjes ook blaadjes van het plantje zijn gaan groeien, deze herken je vaak aan een andere vorm. Veelal kun je na ongeveer vier weken tot negen weken verspenen. Maar denk erom dat de planten wel stevig genoeg moeten aanvoelen en de planten de verhuizing naar een grotere pot moeten overleven. Met een heel klein schepje, smalle theelepel of echte verspeenlepel kun je de zaailingen voorzichtig overbrengen naar de nieuwe pot of bak waar de plantafstand tussen de zaailingen wat groter is. Gebruik bij voorkeur grond in de potten of bak waarin extra voedingsstoffen voor groenten en fruit zit, zoals moestuingrond.

6. Uitdunnen

Als het niet goed lukt om te verspenen omdat de plantjes te dicht op elkaar zitten, zal je moeten gaan uitdunnen. Met uitdunnen kies je bewust voor een minder aantal zaailingen. De rest van de gekiemde zaadjes moeten dan weggegooid worden. Vaak is uitdunnen nodig om ervoor te zorgen dat minstens een zaailing het redt. Geen van de zaailingen zal het overleven als ze echt te dicht op elkaar staan. Ze halen dan allemaal te weinig voeding uit de bodem.

7. Naar buiten

Verpotten betekent niet dat de planten ook direct naar buiten kunnen. Pas wanneer het buiten zo aangenaam is qua temperatuur dat jij zelf ook buiten wilt zitten, willen planten ook naar buiten. Tot die tijd zullen ze liever binnen blijven of buiten onder een plastic deksel of folie.
Als de vooruitzichten van het weer goed zijn, kun je beginnen met afharden. Hiermee laat je de planten wennen aan de buitenlucht. Met afharden zet je de planten overdag buiten, maar ’s nachts als het koud is weer binnen. Over het algemeen zullen de meeste planten vanaf half april tot eind mei volledig naar buiten gaan.

Nog meer tips? Lees verder bij ‘zo leg je de basis voor jouw moestuin’ en bekijk de moestuin zaaikalender.

Bron: in samenwerking met Elho

Volgende artikel

reageren

Alle velden met een * zijn verplicht

Shop suggesties

Inspiratie suggesties