Iedereen kan behangen!

Met deze tips draai je je hand er niet meer voor om! De eerste keer zal niet meteen perfect zijn, maar blijf oefenen en je zal merken dat ook jij kan behangen.

behang

Zelf behangen

  1. Meet de breedte van het behang. Trek daar 2 cm vanaf en zet op die afstand een streepje op de muur (gemeten vanuit de hoeken).
  2. Trek vanuit het streepje een loodrechte lijn op de muur met behulp van een waterpas.
  3. Maak het behangplaksel aan volgens de gebruiksaanwijzing. Laat het plaksel minstens 10 minuten rusten.
  4. Meet de hoogte van de kamer op verschillende plaatsen op. Maak de behangbanen 10 cm langer dan de grootst gemeten hoogte. Tel bij behang met een motief de afstand tussen het terugkerende motief bij deze lengte op. Vaak geven de fabrikanten de hoogte van het dessin aan op de verpakking.
  5. Snijd of knip in één keer een voorraad banen behang op maat. Snijden doe je door het behang terug te slaan op de juiste afmeting, te vouwen en het behang in de vouw door te snijden. Hoe meer mes er uit de stanleymeshouder steekt, hoe makkelijker je het behang snijdt.
  6. Leg een baan behang ondersteboven op de behangtafel. Smeer hem met de blokkwast gelijkmatig in met behangplaksel.
  7. Vouw de ingesmeerde delen harmonicagewijs op. Laat de lijm even inweken. Als je het behang namelijk direct op de muur aanbrengt, laat het meteen weer los.
  8. Vouw een deel van de eerste behangbaan open. Breng het behang boven op de muur aan, langs de getekende loodlijn. Houd bij het plafond 3 cm overlap. Tip: Werk met schone handen. Vingerafdrukken kunnen later zichtbaar zijn.
  9. Wrijf de baan met de borstel tegen de muur, van boven naar beneden. Zo wrijf je de lucht er achter vandaan. Controleer steeds of de baan nog aan de loodlijn grenst. Zit hij scheef, trek hem dan meteen los en breng hem opnieuw aan.
  10. Breng de volgende baan aan. Leg hem strak tegen de eerste baan aan of laat hem iets overlappen. Laat patronen netjes op elkaar aansluiten. Breng daarna de andere banen aan.
  11. Smeer kierende naden nogmaals in met wat lijm. Rol ze na met een nadenroller; zo krijg je strakke naden
  12. Snij het behang langs plafond en plint op maat met behulp van een behangliniaal. Leg de liniaal achter het behang op de plint en tegen de muur en plak het behang weer op de liniaal. Snij het behang langs de voorkant van de liniaal af en verwijder het overtollige behang en de liniaal. Wrijf het behang opnieuw op de muur met de borstel. Heb je geen behangliniaal, trek dan met de punt van een schaar of mes een vouw langs plafond of plint. Haal het behang een stukje los en knip of snij het overtollige deel af. Wrijf het behang opnieuw vast met de borstel.

Bron: 101Woonideeën augustus 2009

nog meer: wooninspiratie