WORD ABONNEE

kies nú voor een abonnement met korting

abonneer nú met korting

Slim wonen met domotica: zo werkt een thuissysteem

Zijn ze per se nodig? Nee. Zijn ze handig? Zeker weten! Domotica – oftewel slimme huisgadgets – hebben de toekomst en als je er dan toch aan begint, kun je het maar beter goed aanpakken. Zo’n modern gerobotiseerd thuissysteem is een combinatie van slimme apparaten, apps en een centrale computer die de spin in het web vormt. Zijn die goed op elkaar afgestemd, dan zorgen ze niet alleen voor comfort, je kunt je huis er ook mee beveiligen en zelfs energie laten besparen. Domotica neemt je complete to-do list uit handen. 

vtwonen-illustratie-domotica-slimwonen-slimhuis-smarthome

Dat kan simpeler met domotica

De slimme thermostaat en slimme radiatorknop zijn inmiddels algemeen bekend. Net als zonwering met afstandsbediening-app of de badkamerventilator met een vochtsensor die meet wanneer de luchtvochtigheid laag genoeg is om de ventilator uit te schakelen. En niet te vergeten de slimme stekker, waarmee elk apparaat, hoe retro ook, op afstand bedienbaar wordt. Je kunt al die apparaten onafhankelijk van elkaar aansturen en dat werkt in principe opperbest; al dan niet met een handje hulp van Alexa of Google Home.

Mensen installeren hun slimme apparaten vaak niet allemaal tegelijk, maar stuk voor stuk. Soms blijft het daarbij: misschien heb je smartlampen van Philips Hue gekocht en vind je het verder prima. Die werken uitstekend op bluetooth, daarnaast heb je dan niets nodig. Maar mocht je daar nog wat extra handigheidjes aan willen koppelen, dan wordt het ingewikkelder. En als het zich opstapelt, dan is het ineens bijna een baan erbij. Misschien werken verschillende apparaten niet ideaal samen of word je gek van al die verschillende bedieningssystemen. Wil je dus meer dan een enkel slim apparaat en wil je die het liefst zo simpel mogelijk aansturen, dan is een centraal domoticasysteem een goed idee. 

LEES OOK
Een slim huis? 4 redenen

To mesh or not to mesh

Alles begint met de computer op de achtergrond, in domoticatermen de hub of controller. De controller lijkt misschien ondergeschikt aan de lollige gadgets, maar het is gek genoeg de belangrijkste aankoop in het geheel van domotica. Via die controller kun je namelijk alle slimme apparaten die je aan het geheel toevoegt, instellen en (laten) programmeren. Daar komt nog bij dat de controller de apparaten onderling kan laten samenwerken: het alarmsysteem met de verlichting, of een raam- en deursensor met een bewegingsmelder en een camera, bijvoorbeeld. The internet of things, wordt dat ook wel genoemd.

Dat onderling laten communiceren van de apparaten heet de mesh-functie. Het draait bij de keuze voor een controller in eerste instantie niet eens zozeer om het merk dat je koopt – hoewel er grote verschillen in bedieningsgemak zijn, daarover verderop meer – maar om het protocol dat deze controller gebruikt om de apparaten aan te sturen, zeg maar de taal waarin hij ze aanspreekt.

LEES OOK
Waarom slim wonen dus écht slim is (alle voordelen op een rij)

Z-wat?

Los van het overbekende bluetooth en wifi, bestaan er twee populaire mesh-protocollen waarmee deze domotica controllers werken: Zigbee en Z-Wave. Het is even goed opletten, want de controller die je kiest, werkt veelal met het ene protocol, of met het andere. Dat bepaalt dus weer welke slimme apparaten je erop aan kunt sluiten. Zowel Z-Wave als Zigbee doen het perfect in een gemiddeld woonhuis. Er zijn wel verschillen.

  • Zigbee is een ‘open source’-systeem. Dat betekent dat de programmeringscode vrij beschikbaar is, zodat ieder bedrijf er nieuwe apparaten voor kan ontwerpen. Voordeel: eindeloos veel toepassingen, er zijn al 65.000 opties beschikbaar. Nadeel: als een bedrijf dat zo’n toepassing maakt de code niet (meer) bijwerkt zodat je die niet meer kunt updaten, kan het zijn dat een item na verloop van tijd niet meer zo goed werkt. Minder prettig als dat toevallig het inbraakalarm is. 
  • Z-Wave (Plus) wordt geleverd door een bedrijf dat een gesloten code hanteert. Z-Wave bepaalt dus welke nieuwe toepassingen wel of niet worden toegevoegd aan de mogelijkheden. Daardoor zijn er minder toepassingen beschikbaar, nu ruim 230. Dat lijkt ongunstig, maar doordat Z-Wave het protocol goed onderhoudt en van samenwerkende bedrijven verwacht dat alles up-to-date wordt gehouden, blijven je apparaten compatible. Alles blijft dus goed werken en oudere slimme apparaten kun je altijd weer opnieuw aanhaken. Extra voordeel: Z-Wave werkt op 868 of 433 MHz en zit je wifi daardoor niet in de weg.
  • Wat betreft kiezen voor een bepaald protocol van de domotica: sommige slimme apparaten en toepassingen worden ‘tweetalig’ geleverd. Pas als je ze eenmaal op je controller hebt aangesloten, werken ze volgens dat specifieke protocol.
  • Beide systemen gebruiken de geïnstalleerde apparaten in huis als repeater: iets dat het signaal herhaalt en versterkt. Dat signaal ‘huppelt’ dus door je huis en krijgt daarbij steeds een nieuwe duw in de rug, zodat het overal even krachtig is. Z-Wave kan dat vier keer, Zigbee kan het eindeloos. In beide gevallen is dat ruim voldoende voor zelfs de grootste villa in ’t Gooi, maar als je domotica in een bedrijfsruimte wilt installeren, is Zigbee handiger.  

Zelf aan de knoppen

Om alle domotica goed aan de praat te krijgen en precies te laten werken zoals je het hebben wilt, moet je er een keer goed voor gaan zitten, maar dan is het wel geregeld en hoef je alleen nog af en toe updates binnen te halen. Het aansturen van slimme apparaten gebeurt via programma’s voor de controller, die regels, routines of scènes worden genoemd.

Dat kan heel simpel of juist uitgebreid. Regels waarmee iedereen bekend is, zijn zaken als de instelling van de thermostaten in huis. Regels hebben een vrij simpel, vast ritme. Routines en scènes zijn voor als je iets complexers wilt doen: een aantal handelingen of gebeurtenissen die op elkaar volgen, waarbij de actoren en sensoren elkaar aansturen. Een voorbeeld van een scène is dat in de mediakamer de gordijnen dichtgaan en de lichten worden gedimd, terwijl een filmscherm naar beneden zakt en het surroundsysteem aangaat. Als zo’n scène eenmaal is geïnstalleerd, kun je hem activeren via een slim bedieningspaneel of op afstand met een app.

Die regels en scènes kun je zelf maken. Hoe makkelijk dat (te leren) is, hangt van een paar factoren af, zoals het concept achter de controller van je keuze en of je een beetje handig bent van programmeren.

  • Simplissimo: Sommige controllers zijn speciaal ontworpen om het de eigenaar zo makkelijk mogelijk te maken, door een superhandige interface aan te bieden waarin in feite regels en scènes zijn voorgeprogrammeerd voor bijvoorbeeld verwarming en alarmsystemen. Die kun je dan weer met elkaar combineren. Veel werken met een Als/dan-systeem, bijvoorbeeld: als het tussen 8:00 en 17:00 is, dan Lichten Uit. Hoera voor het gebruiksgemak dus. De Apple HomeKit en Google Home Assistant wijzen zich vanzelf. Een ander voorbeeld is het prettige Homey. Ook heel makkelijk in het gebruik, maar net weer wat beperkter in de mogelijkheden is de controller van BeNext.
  • Meer werk: In andere controllers moet je je eerst verdiepen voordat je er iets mee kunt. Dat is leuk als je: een enthousiaste hobbytechneut bent, programmeerervaring hebt, geduldig geboren bent, en/of zin hebt om je eens lekker vast te bijten in een klus. Zo is er de controller van Zipato, waarvan de regels een soort puzzelstukken zijn die je op verschillende manieren aan elkaar kunt plakken. Is cool bedacht, maar het moet even klikken in je hoofd. Iets vergelijkbaars geldt voor de softwarepakketten van Domoticz en Home Assistant: zinniger als je verstand hebt van programmeren.
  • Allebei: Fibaro Home Center 2 en Vera Plus bieden beide opties. Je kunt een simpele interface gebruiken om scènes en regels te maken zonder programmeerervaring, maar als je de controllers in programmeertaal wilt benaderen om specifieke details uit te werken, kan dat ook.

Lees ook

nog meer: Een slim huis