Benedenwoning in het Amsterdamse Bos en Lommer

Wie niet groot woont, moet slim zijn. Met rustige kleuren en vooral veel creatieve oplossingen wisten de bewoners het ruimtelijk te houden. ‘Welkom in ons poppenhuis’.

Susanne: ‘Welkom in ons poppenhuis! Sommige mensen die hier voor het eerst komen, zijn er een beetje stil van. Anderen, vooral Amsterdammers, zeggen dat ze het zo ruimtelijk vinden.’ Gerard: 
‘Het is maar net wat je gewend bent. Mijn ouders wonen in Friesland. Daar woont iedereen groot, in een huis waar je omheen kunt lopen.’

Susanne: ‘Als je zoals wij in de stad wilt wonen en je budget is beperkt, dan moet je inleveren op vierkante meters.’ Gerard: ‘Het is een heel bewuste keuze. Wij houden van de reuring van de stad, er is altijd iets te doen. Het leven gaat hier sneller en dat past bij ons, we zijn onrustige types.’ Susanne: ‘Ik vind de stad inspirerend. Als ik even naar een tentoonstelling wil, dan fiets ik erheen.’ Gerard: ‘Hiervoor woonden we groter, maar op drie hoog en in een minder leuke buurt. We zochten naar een huis met een tuin in Amsterdam West. In West gebeurt het, zeg ik altijd. Vooral deze buurt, Bos en Lommer, is echt in beweging.’

Susanne: ‘Dit huis is eind jaren dertig gebouwd. Toen we hier kwamen kijken, was het niet alleen hokkerig en donker, maar ook helemaal uitgewoond door de huurster die er vijfenveertig jaar lang woonde. En de tuin was een wildernis.’ Gerard: ‘De vorige eigenaar had er wel wat oude troep uit gesloopt, maar niets vervangen. Er zaten geen keuken, douche en toilet in en daarom werd het maar niet verkocht. Voor ons was dat juist een pluspunt, want hierdoor was het betaalbaar én konden we het invullen zoals we wilden. De eerste keer verbouwden we zonder rekening te houden met de eventuele komst van kinderen. Een paar jaar geleden, toen Fien één jaar was, verbouwden we opnieuw. Toen heel rigoureus.’

Bron: vtwonen december 2013 | Fotografie Henny van Belkom

nog meer: binnenkijken