vtwonen

Najaarsbloeiers

In het najaar wordt vaak gedacht dat het bloeiseizoen op zijn eind loopt. Niets is minder waar want er zijn nog voldoende planten die juist in deze tijd hun hoogtepunt beleven.

Salvia - Salie

Hieronder vind je de vier mooiste najaarsbloeiers bij bomen/struiken, vaste planten en siergrassen voor deze tijd van het tuinjaar.

Bomen en struiken

Pruikenboom (Cotinus coggygria)

De pruikenboom (Cotinus coggygria) is op twee manieren aantrekkelijk in het najaar: de bloeiwijze en de vlammend oranje herfstkleur. De bloemen zelf zijn niet zo opvallend, wel de rode bloemsteeltjes die na de bloei overblijven en de boom bedekken als een pruik. Door de boom in het voorjaar te snoeien, houd je hem mooi compact én maakt hij steeds meer mooi getinte bladeren. Er wordt nog wel eens gezegd dat de pruikenboom niet goed tegen vorst kan, maar deze wel: ‘Ancot’, ‘Grace’, ‘Purpureus’ en ‘Royal Purple’. – Zon  *  bloei 6-7  *  hoogte tot 3 m

Witte lijsterbes (Sorbus koehneana)

De meeste tuiniers kennen de lijsterbes (Sorbus) als een (straat)boom die na de bloei met grote, witte bloemschermen getooid is met oranjerode bessen. Een uitzondering daarop is de Sorbus koehneana. Die bloeit ook met witte schermen maar vormt daarna decoratieve trossen witte bessen; daarom wordt hij ook wel witte lijsterbes genoemd. Mooi in combinatie met het grijsgroene, geveerde blad.

Deze kleine boom of grote struik staat graag in een voedselrijke, vochthoudende tot vochtige bodem; wat de zuurgraad betreft is hij erg tolerant: van pH 5.5 tot 8. Laat rond de boom flink wat ruimte want hij wortelt oppervlakkig, neemt aardig wat vocht en voeding op waardoor vaste planten het moeilijk krijgen. – Zon/halfsch  *  bloei 5-6  *  hoogte tot 3 m  *  liefst geen middagzon

Dwergmispel (Cotoneaster dielsianus)

Iedereen kent de dwergmispel (Cotoneaster) wel als beplanting van gemeenteperkjes. In de tuin verdient de Cotoneaster dielsianus met zijn sierlijk gebogen takken een plaatsje. In juni bloeit deze met een overdaad aan witte bloemetjes; in het najaar zijn de takken bedekt met rode, glanzende bessen en de kleine blaadjes kleuren mee. Een voordeel: de struik hoeft in principe niet gesnoeid te worden. Haal alleen oude of omhoog groeiende takken weg. Nog een voordeel: winterhard tot -25 °C! – standplaats zon/halfsch  *  bloei 6  *  hoogte tot 2 m  *  extra: ook als bodembedekker te gebruiken

Amberboom (Liquidambar styraciflua)

Jammer genoeg wordt de amberboom (Liquidambar styraciflua) te groot voor een ‘gemiddelde’ tuin, maar je komt al snel in de verleiding om deze langzame groeier toch een plekje te geven: het handvormige blad, dat wel 20 cm groot kan worden, kleurt in de herfst als een toverbal. Aan één boom kunnen de bladeren van geel naar dieppaars en alle kleurschakeringen daar tussen kleuren, vlammend mooi.

Soms vormt de amberboom een dubbele harttak; verwijder er één zo snel mogelijk, anders raakt de boom op latere leeftijd misvormd. Doe dat in rusttijd (einde herfst-begin voorjaar); dood hout in de zomer. – standplaats zon  *  bloei 5  *  hoogte tot 6 m

Vaste planten

Japanse anemoon (Anemone ‘Königin Charlotte’)

Vanaf de nazomer verschijnen de grote stevige stengels van de Japanse anemoon (Anemone x hybrida) met daaraan bloemen in een los scherm. De knoppen alleen al zijn de moeite waard: ze hebben een viltig jasje. Mooi groot halfgevuld zijn de bloemen van ‘Königin Charlotte’. Bijzonder is ook dat deze anemoon aardig wat schaduw kan verdragen. Niet voor niets heeft de Engelse Engelse Royal Horticultural Society haar het zogenaamde AGM-stempel (Award of Garden Merit) toegekend; die onderscheiding krijgen alleen de sterkste en uiterst betrouwbare planten. – standplaats zon/halfsch  *  bloei 8-10  *  hoogte 75-130 cm

Paddenlelie (Tricyrtis)

De bloemen van de paddenlelie (Tricyrtis) zijn bijzonder: ze lijken op die van een orchidee, vandaar dat deze plant ook wel armelui’s orchidee wordt genoemd. Er zijn drie soorten: de Tricyrtis latifolia die in het late voorjaar bloeit en de Tricyrtis formosana en hirta die juist in het late najaar bloeien. Dit is de Tricyrtis hirta ‘Tojen’.

Oorspronkelijk komen ze alle drie uit de vochtige bossen van Oost-Azië; dat is de reden dat deze bosplanten het in (half)schaduw en vochtige grond goed doet. De wortelstokken liggen dicht aan de oppervlakte en de planten houden daarom niet van direct zonlicht op de grond of van harken en schoffelen. Ze komen het best uit in een groepje, maar laat 15 à 20 cm ruimte tussen de planten want die lopen uit via hun wortelstokken. – standplaats halfschaduw  *  bloei 9-10  *  hoogte 75-100 cm  *  extra: bij strenge vorst afdekken met blad

IJzerkruid (Vernonia angustifolia)

De bloemen van ijzerkruid (Vernonia) lijken op die van asters, maar ze zijn absoluut geen familie van elkaar. De vele pluizige bloemhoofdjes in de schermen zijn purperpaars. Echt planten die door hun hoogte en robuustheid de ruggengraat van de border kunnen zijn, maar door hun luchtigheid niet overheersen. En ondanks hun hoogte, vallen ze niet zo gauw om; dat geldt met name voor de wat fijner bladige, zoals de Vernonia angustifolia. Nog een prettig voordeel: ze verdragen redelijk wat droogte en kunnen jaren op dezelfde plek blijven staan. – standplaats zon  *  bloei 9-10  *  hoogte 160 cm

Salvia uliginosa

In de immens grote en zeer uiteenlopende Salvia-familie (800 soorten!) komen planten voor van 20 tot 200 cm hoog en van wit tot paars tot blauw bloeiend. De hoogste is de helder azuurblauwe Salvia uliginosa. Deze komt oorspronkelijk uit Argentinië en daar op vochtige plekken en zelfs in moerassen groeit; hier verdraagt de plant ook drogere grond waardoor hij meer vorst kan verdragen. Dek de plant in de winter uit voorzorg toch maar even af met een lekker dikke bladerdeken. Tenslotte nog een reden om een Salvia in de tuin te zetten: bijen zijn er dol op. – standplaats zon  *  bloei 8-10  *  hoogte tot 200 cm

Siergrassen

Vedergras (Stipa tenuissima)

Volgens veel liefhebbers is het vedergras Stipa tenuissima een van de mooiste siergrassen. Heel begrijpelijk, want de fijnbladige polletjes maken aantrekkelijke ‘fonteintjes’ met daarboven sierlijke pluimen. Daarin zitten lange kafnaalden die ‘veren’ worden genoemd. Dit siergras sterft in de winter af. Dat betekent dat je de planten in het geheel kunnen afknippen. Doe dat in de late herfst of begin van de winter; dan de pollen bij strenge vorst afdekken met bladeren. Je kunt het blad ook laten liggen; knip de pol(len) dan in maart (na de vorst) af. Doe het wel op tijd, wat als ze alweer gaan uitlopen, terwijl het oude loof nog aanwezig is, is dat een lastig klusje. – standplaats zon/halfschaduw  *  bloei 7-8  *  hoogte 25-50 cm  *  extra: ook geschikt voor in een pot

Lampenpoetsergras Pennisetum setaceum ‘Rubrum’

Je hoeft niet veel fantasie te hebben om te zien waar de Pennisetum zijn Nederlandse naam lampenpoetser aan te danken heeft: de decoratieve pluimaartjes zijn inderdaad net ouderwetse lampenpoetsers of flessenborstels.

Lampenpoetsergras komt van nature voor in tropische, subtropische en gematigde streken en bestaat uit meer dan tachtig soorten. Een van de mooiste in de familie is de Pennisetum setaceum ‘Rubrum’: daarvan zijn zowel de grassprieten als de bloeihalmen purperpaars van kleur. Alle lampenpoetsers zijn niet helemaal winterhard (tot -7 °C) en kunnen daarom het best op een zonnige, beschutte plek staan, met in de herfst een mulchlaag. Het gras kan als eenling (solitair) worden gebruikt, maar komt veel mooier tot zijn recht in een grote groep. Knip het blad pas na de winter (maart) tot op 10 cm boven de grond af. Daarmee voorkom je dat je de hele winter tegen miezerige stompjes aankijkt. Geef deze plant bij langdurige droogte extra water, anders kleuren de bladeren al erg vroeg bruin. – standplaats zon  *  bloei 8-10  *  hoogte 75-100 cm

Diamantgras (Calamagrostis brachytricha)

Bij het siergras Calamagrostis heb je voor de tuin twee belangrijke soorten: struisriet (Calamagrostis acutiflora) en daimantgras (Calamagrostis brachytricha). Aan deze laatste, hier te zien, ontspruiten in de nazomer lange, luchtige pluimen waar bij vochtig weer de waterdruppels in blijven, schitterend. Die beginnen geel-groen van kleur, maar verkleuren naar zilver-wit en later in het seizoen komt er een purper waas overheen. De stevige pollen zijn het hele jaar aantrekkelijk, ook in de winter omdat de bloempluimen mooi open blijven staan. De plant is niet veeleisend, in principe is elke tuingrond goed als die maar niet te vochtig blijft. Hou er bij het planten rekening mee dat de pol behoorlijk kan uitdijen: reken op één plant op een vierkante meter. – standplaats zon/halfschaduw  *  bloei 8-10  *  hoogte 100-150 cm  *  extra: woekert niet

Prachtriet Miscanthus sinensis ’Kaskade’

De soorten en talloze kweekvormen van het prachtriet (Miscanthus) zijn belangrijk onder de siergrassen. Deze variëren in hoogte, bloeikleur, bloeivorm, bladkleur en bladvorm. Ze zijn allemaal imposant: er bestaan soorten van 100 tot meer dan 350 centimeter hoog. Ze groeien op iedere grondsoort als die maar in de zon ligt. Miscanthus sinensis komt oorspronkelijk uit China en Japan. Deze, de Miscanthus sinensis ’Kaskade’, heeft overhangende stengels en lange zilveren pluimen die roze beginnen. Later verbloeien ze naar strowit. Kort voor het uitlopen van de nieuwe scheuten, meestal eind maart, kun je ze tot 10 centimeter boven de grond afknippen. – standplaats zon  *  bloei 9-11  *  hoogte meer dan 200 cm  *  extra: mooi wintersilhouet

Fotografie: Hollandse Hoogte

Bekijk nog meer herfst-artikelen in het dossier Herfst >>

Vorige artikel Volgende artikel

reageren

Alle velden met een * zijn verplicht

Shop suggesties

Inspiratie suggesties